Geschiedenis

Geschiedenis van cacao

De geschiedenis van de cacao begint al bij de Maya’s. Zij offerden het donkerbruine poeder aan de overledenen. Later werd cacao bij de Azteken ook als betaalmiddel gebruikt. Via de Spaanse Veroveraar Cortes, die eigenlijk op zoek was naar goud, bereikte de cacao Europa. Daar werd cacao in eerste instantie voorgeschreven als medicijn. Vanaf 1565 werd het drinken van cacao populair in Europa. De Spaanse kolonisten ontdekten dat ze in Mexico cacao in de vorm van een chocoladedrank dronken. Mexicanen voegden er honing aan toe om de chocolademelk zijn zoetheid te geven.

In 1828 vond de Nederlander Coenraad Van Houten de cacaopers uit. Hierdoor werd door persing mogelijk om cacaopoeder van de cacaoboter te scheiden. Cacaopoeder loste veel beter op in vloeistoffen en maakte het zo makkelijker te bereiden en te drinken. Ook kon er nu chocolade, zoals wij dit kennen, van worden gemaakt en deed het zijn intreden in de patisserie. De ontwikkeling gaat snel; met nieuwe toevoegingen en nieuwe technieken ontstaan de witte en melkchocolade. De eerste praline wordt in 1912 in België gemaakt.

Door de technologische vooruitgang en de groeiende vraag werd de productie en de verwerking gaandeweg opgevoerd. Amsterdam speelt hierin tot op de dag van vandaag een belangrijke rol als cacaohaven. Amsterdam is veruit de grootste cacaohaven ter wereld. Jaarlijks passeert ongeveer een zesde van de wereldwijde cacaoproductie deze haven.

cacaobonen